Bij Waarnemen basis wordt getoetst of je een situatie nauwkeurig kunt observeren en daarna feitelijk kunt weergeven. Het gaat om visueel én auditief waarnemen: wat zie je, wat hoor je, in welke volgorde gebeurde het en welke kenmerken van personen, voertuigen en goederen kun je concreet benoemen. Denk aan een signalement van boven naar beneden, kentekens, plaats en tijd, richting van beweging en de manier waarop iemand zich gedraagt.
De kern van dit onderdeel is het onderscheid tussen een feit en een interpretatie. "De man droeg een zwarte jas met capuchon" is een observatie; "de man zag er verdacht uit" is een conclusie. Wie dat onderscheid in de examensituatie niet consequent maakt, verliest punten — ook als de inhoud verder klopt. Daarnaast moet je kunnen aangeven wat je reden van wetenschap is: waarom weet je iets, heb je het zelf gezien of van iemand gehoord?